A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Account:
Een overeenkomt tussen een particulier of organisatie en een Internet service provider voor het leveren van Internet toegang of andere diensten.
ADSL:
Asymmetric digital subscriber line (loop) is een standaard voor een digitale technologie die snellere datacommunicatie over een telefoonlijn van koperdraad toelaat.
Animated gif:
Een grafisch bestand dat meerdere afbeeldingen bevat. De afbeeldingen worden achtereenvolgend gepresenteerd. Het aantal seconden dat elke individuele afbeelding weergegeven wordt is ook gespecificeerd in de animated gif. Animated gifs worden veel gebruikt voor simpele banner advertenties.
Anonymous FTP:
het ophalen van bestanden met een FTP programma van een publiek toegankelijke FTP server. Wanneer men contact legt met een publiek toegankelijke server, gebruikt men als gebruikersnaam "anonymous" en als wachtwoord uw email adres.
Application:
(Applicatie, toepassing) één of meerdere programma’s die de gebruiker toestaan gebruik te maken van een computer. Netscape Navigator is een toepassing die de gebruiker toestaat web pagina's te bekijken.
ASP:
Active Server Pages, webpagina's met extensie asp, geven aan dat er tussen de html-codes speciale codes staan die een commonda geven aan de server
Auditing:
Het controleren van het aantal bezoekers op een bepaalde web pagina door een onafhankelijke partij.
Backbone:
Een belangrijke en grote verbinding binnen een netwerk. Het is niet echt mogelijk om aan te geven hoeveel bandbreedte een verbinding moet hebben om een backbone te mogen heten. Een backbone is relatief tot het netwerk waar het in ligt.
Bandwidth:
(bandbreedte) het maximaal aantal bits per seconde dat een verbinding kan verwerken. Door de onstuimige groei van Internet is er altijd behoefte aan meer. Het is goed bestanden klein te houden zodat de Internet gebruiker niet te lang hoeft te wachten op de web pagina's.
Banner:
Eigenlijk Banner Add. een advertentie in de vorm van een smal maar beeldvullend plaatje met daarop een advertentie. Wanneer je op de banner klikt, gaat je naar de web site van het bedrijf dat met de banner adverteert.
Bit:
(binary digit) de kleinste hoeveelheid informatie, een positie die of een 1 of een 0 aan kan nemen.
Bot:
Afkorting van robot. Gebruikt bij zoekmachines om het programma aan te duiden dat op het WWW probeert alle nieuwe pagina's te indexeren. Een bot is, bij IRC, een script, is een programma, dat op een server draait en vandaar af altijd op één of meerdere IRC-kanalen aanwezig is. de mensen die op dat kanaal zitten, te beschermen of te stoppen.
Browser:
(Web browser, bladerprogramma) een programma waarmee men web pagina's bekijkt, zoals Netscape Navigator of Microsoft Internet Explorer.
Bps:
(Bits per seconde, transmissiesnelheid ) Dit is een bepaalde snelheid van een internetverbinding.
Byte:
Een groepje van (meestal) acht bits, vaak vertegenwoordigt één byte één karakter. Vaak wordt er gesproken in termen van kilobytes, 1024 bytes en megabytes, een miljoen bytes.
top
Cache:
Cache heeft verschillende betekenissen, een algemene omschrijving is "een extra stuk geheugen". Browser cache is een directory waarin een deel van de bestanden die opgehaald zijn tijdens het browsen in opgeslagen zijn. Soms grijpt Netscape terug op de cache maakt daardoor het browsen sneller. Netscape Cache Explorer van Matthias Wolf kan de Netscape cache analyseren en herstellen, waardoor men in beperkte mate offline kan browsen. Disk cacheing houd in dat een computer zoveel geheugen nodig heeft dat het RAM geheugen vol is en data tijdelijk op de harde schijf wegschrijft, een zijsprong die vaak een oplossing biedt, maar wel veel snelheid kost. Moederborden hebben ook cache geheugen, dit is zeer snel geheugen dat tussen de RAM en de CPU zit. Door de cache te gebruiken wint men weer aan snelheid.
Cascading Style Sheets:
(CSS) ontwikkeld door World Wide Web Consortium (W3C) en zijn opvolger XSL (Extensible style sheet language
Client/programma:
een programma dat gebruikt maakt van de diensten van een server. Eudora wordt bijvoorbeeld een mailcliënt genoemd omdat men er post mee kan ophalen van de mailserver.
Client/Server:
Een softwaremodel dat is gebaseerd op interactie tussen computers die diensten aanbieden, zogenoemd servers, en computers die diensten vragen, zogenoemde cliënts.
Compressie:
Verminderen van de omvang van een bestand zonder dat de integriteit van dat bestand wordt aangetast. Vaak voor opslag of transportdoeleinden
Cookie:
Cookies zijn er voor Websites om bepaalde zaken over hun bezoekers vast te leggen. Dit wil dus zeggen dat een site die u bezocht heeft, informatie over u kan onthouden. Dit kunnen uw persoonlijke instellingen zijn, een password, aantal malen dat u de site heeft bezocht enzovoorts. De informatie wordt echter niet opgeslagen op de site, maar op uw lokale schijf. De informatie kan vervolgens uitsluitend door de server die de cookie heeft weggeschreven, weer worden opgevraagd.
CPU:
(Central Processing Unit, CVE, Centrale Verwerking Eenheid) de centrale chip die al het rekenwerk doet, het hart van de computer. De PC heeft verschillende chips: 80386, 80486, Pentium en Pentium II.
Crossposting:
het plaatsen van één en hetzelfde bericht in meerdere nieuwsgroepen. Sommige newsreaders zullen wanneer ze een gecrosspost bericht voor de tweede keer tegenkomen niet opnieuw weergeven aan de gebruiker. Crossposting is niet verkeerd, zolang het bericht maar relevant is voor alle nieuwsgroepen.
CSS Cascading Style Sheets
Een techniek (script) voor de stijl (vormgeving) van webpagina's. De informatie over de vormgeving wordt toegevoegd aan de HTML-code van het document. Die informatie kan in het document zelf staan, maar ook in een extern document dat wordt geïmporteerd. Een dergelijk apart geïmporteerd document wordt ook wel stylesheet genoemd. Een stylesheet biedt de mogelijkheid inhoud en vormgeving van een document van elkaar te scheiden en op die manier een consistente vormgeving over meerdere documenten te bereiken.
Cyberpace:
de virtuele ruimte waarin Internet gebruikers zich bevinden. (in games buiten de grenzen van een level)
Data traffic:
(data verkeer) het aantal bytes dat van en naar een web site verstuurd is. Een web site van een particulier mag meestel maar een beperkte hoeveelheid data verkeer veroorzaken (bijvoorbeeld 150 MB per maand). Veel providers van accounts staan onbeperkt dataverkeer toe. In theorie is dit niet helemaal want er geen enkele provider kan echt onbeperkt bandbreedte bieden, in de praktijk haalt de huurden van de www ruimte de limiet niet (bijvoorbeeld 200 MB per dag).
Default:
Standaardwaarde, die wordt ingezet als er geen speciale instellingen zijn gedefinieerd. Vaak door de fabrikant voorgedefinieerde instellingen.
Directory:
(folder, map) een groep bestanden met een naam op een schijf. Wanneer men bijvoorbeeld een nieuw programma installeert worden alle bestanden van dat programma bij mekaar geplaatst in één directory. Geen twee bestanden in een directory kunnen dezelfde naam hebben. Een programma kan normaliter alleen gestart worden wanneer men het aanroept vanuit de directory waar het programma staat.
DNS:
Domain Name System. De manier waarop domeinnamen worden samengesteld.
Domein name:
(domain, domein naam) een naam die een locatie aangeeft op Internet. Deze pagina staat in het domein "netadvies.nl". Een domein verwijst naar een directory op een server of naar een hele server of naar een groep computers. Een domein naam is gekoppeld aan een IP adres. Wanneer men een web pagina ophaalt zal de domein naam vertaald worden in een IP adres.
DOS:
(disk operating system) een simpel besturingssysteem voor IBM computers en klonen. DOS bestaat uit drie bestanden: command.com, io.sys en msdos.sys. De laatste twee zijn verborgen bestanden. Wanneer men deze drie bestanden op een (boot) floppy of in de root van de harde schijf plaatst kan de computer starten. Verder heeft ongeveer 4 MB aan utilities, welke meestal in de directory c:\dos geplaatst worden. Eén van deze utilities is scandisk.exe, waarmee men de integriteit van een harde schijf kan controleren en repareren.
Down:
(uit de lucht) een toestand waarin een server geen diensten kan leveren aan het net.
Downloaden:
het ophalen van bestanden met behulp van het FTP protocol. Tegenwoordig worden ook vaak browsers gebruikt voor het ophalen van bestanden (hetzij via het HTTP of het FTP protocol), dit heet ook downloaden.
Dpi:
(Dots per inch), maat voor de weergave resolutie op beeldschermen, printers, scanners e.d., het aantal dots die per inch op een regel kunnen
Email:
(elektronische post) post die elektronisch aangemaakt, verwerkt, gelezen en beantwoord wordt. Email is aanzienlijk goedkoper en sneller dan fysieke post.
Email adres:
(email box, email adres, POP adres) een email adres is een reeks karakters welke een gebruiker (mailbox) identificeert binnen het SMTP email systeem dat op Internet gebruikt wordt. Een email adres heeft het formaat "user@host". Hierbij identificeert "user" de individuele mailbox en "host" de Internet host waarop de mailbox aangemaakt is.
Emoticons:
Cryptische coderingen, samentrekking van emotions & icon, ook wel smileys genoemd
FAQ:
(Frequently Asked Questions, Veel Voorkomende Vragen, VVV) Een lijst van vragen die veel gesteld worden (op een nieuwsgroep) en de antwoorden daarop. In tegenstelling tot wat over het algemeen aangenomen wordt zijn veel FAQ's geen beginners gidsen. Vaak bevatten FAQ's ook antwoorden op vragen van gevorderden.
Fire wall:
een combinatie van soft- en hardware dat netwerken van mekaar scheidt en daardoor de veiligheid van één van de twee netwerken vergroot. Een fire wall wordt vaak gebruikt om een bedrijfsnetwerk te scheiden van Internet.
Firefox:
is een gratis, vrije webbrowser ontwikkeld door de Mozilla Corporation en honderden vrijwilligers. Firefox is gebaseerd op de Gecko-rendermachine uit het Mozilla-project. Firefox is vooral populair bij thuisgebruikers. Ook onder webontwikkelaars wordt Firefox veel gebruikt omdat het de W3C-standaard beter volgt dan Microsoft Internet Explorer en omdat er veel verschillende nuttige hulpprogramma's (extensions) voor Firefox beschikbaar zijn die het testen en het gebruik van internetpagina's vergemakkelijken.
Flame:
een belediging van of aanval op een andere Internet gebruiker. Dit gebeurt af en toe in een nieuwsgroep of op een IRC kanaal.
Flash (Adobe):
Is een computerprogramma waarmee animaties, (korte) 's en webapplicaties (zoals spelletjes en gehele websites) gemaakt kunnen worden. Het wordt veel gebruikt om websites aan te kleden en voor reclame-uitingen bij websites, zogenaamde banners.
Form:
(formulier) een formulier op een web pagina. De Internet gebruiker vult het formulier en klikt op een knop. De ingevulde informatie wordt vervolgens door de browser van de Internet gebruiker verzonden naar een in het formulier aangegeven programmaatje (cgi script). Dit programmaatje stuurt het dan bijvoorbeeld door naar een email adres of doet er iets anders mee.
Freeware:
Computer software, die gratis wordt verspreid en waarvoor de auteur geen compensatie verwacht
FTP:
File Transfer Protocol, een systeem om bestanden te transporteren, uploaden en downloaden
Gateway Een computersysteem dat optreedt als tussenschakel tussen computers van verschillende signatuur, de gateway "vertaald" de gegevens van de ene naar het andere systeem
Gigabytes:
Eenheid van een biljoen bytes
Gif:
(graphics interchange format) een bestandsformaat waarin veel plaatjes op Internet worden weergegeven. Voor (grotere) foto's wordt een ander formaat gebruikt: jpg.
Hacker:
Een persoon die probeert in te breken in systemen. Vaak is het de hacker er meer om het inbreken zelf te doen dan om het aanbrengen van schade. Het zichzelf ongeoorloofd toegang verschaffen tot een systeem is wel strafbaar.
Homepage:
(home pagina) de introductie pagina van een web site. Een home pagina dient een overzicht te geven van wat er allemaal op de web site beschikbaar is. Een andere fuctie is vaak een indruk te geven van de organisatie van wie de web site is.
Hosting:
(web site hosting, domain hosting) het 24 uur per dag beschikbaar stellen van een web site op Internet door een Internet presence provider.
HTML:
(Hyper Text Markup Language) een verzameling opmaakcodes waarmee een web pagina's gemaakt worden. Kies in uw browser de optie "View" en dan "Document Source", dan zult u de HTML codes van deze pagina zien.
HTTP:
(Hyper Text Transfer Protocol) het protocol dat gebruikt wordt om web pagina's op te halen. Een web browser "spreekt" het HTTP protocol.
Hyperlink:
Verwijzing naar een andere plek op Internet, WWW-pagina of naar e-mail, een gemarkeerde tekst of afbeelding, waaraan een actie is gekoppeld. Door hierop te klikken springt u naar een ander document
Icoon:
Afbeelding, pictogram dat als een knop functioneert op het beeldscherm. Het plaatje van de icoon laat zien wat de knop gaat activeren (bv. de afbeelding van een huisje geeft aan dat u daarmee naar uw homepagina kunt). Wordt gebruikt in plaats van woorden.
IMAP:
Internet Message Protocol , de opvolger van het mailprotocol POP. E-mail protocol waarbij binnengekomen berichten op de server van de Iinternetprovider kunnen worden bewaard en beheerd.
Internet:
(internet, net) wereldwijd netwerk van netwerken. Een internet is ontstaat wanneer twee of meer netwerken aan elkaar verbonden worden. Het Internet (met een hoofdletter) is het grootste internet ter wereld.
Internet access provider:
(IAP, Internet aanbieder) een bedrijf dat mensen voor een abonnement toegang geeft tot Internet. De klant krijgt ook een email adres en schijfruimte voor niet commerciele web pagina's, enzovoort.
IP (adres):
(Internet Protocol adres, IP nummer) een groepje van vier getallen, bijvoorbeeld 168.154.172.63, dat een locatie op Internet aangeeft. IP adressen zijn moeilijk te onthouden, daarom heeft men domein namen geïntroduceerd. Elke domein naam heeft een corresponderend IP adres. Met het programmaatje NSlookup kan men het IP adres dat bij een domein naam hoort opzoeken en andersom.
IRC client:
(Internet Relay Chat client) een programma waarmee men direct met andere Internet gebruikers kan communiceren. Gebruikers zien namelijk van elkaar wat ze intypen.
ISDN:
(Integrated Services Digital Network) een digitale verbinding. Een ISDN-2 verbinding levert twee lijnen en heeft een snelheid van 64 kilo bits per seconde. j
Java:
Een programmeertaal ontwikkeld door het bedrijf Sun Microsystems. Java is platform onafhankelijk. Met andere woorden: Java programma's draaien op Unix, OS/2, Windows 95, Macintosh, enz. Java programmaatjes worden, in de vorm van applets, met web pagina's meegestuurd worden en draaien dan op de computer van de Internet gebruiker. Java geniet veel belangstelling. Het geeft de mogelijkheid om web pagina's aanzienlijk te verlevendigen.
Java applet:
een Java programmaatje dat van de server verstuurd wordt naar de computer van de Internet gebruiker en dat daar op een web pagina uitgevoerd wordt.
Jpg:
(JPEG, Joint Photographic Experts Group) een grafisch bestandsformaat dat veel gebruikt wordt om foto's weer te geven op web pagina's. Voor foto's is het geschikter dan gif omdat jpg een zeer hoge compressie beschikbaar heeft.
top.
KB:
(kilo byte): 1024 bytes, de reden waarom het niet 1000 bytes is, is dat het makkelijker is te rekenen met 210 bytes en dit is dus 1024.
top
LAN:
(Local Area Network) een netwerk binnen een bedrijf of instelling. Het verschil tussen een LAN en een intranet is dat een LAN gewoon een netwerk is en dat een intranet een netwerk is met web pagina's en andere toepassingen die ook op Internet te vinden zijn, met name email.
Link:
(hyper text link): een verwijzing op een web pagina naar een andere web pagina of een andere informatie bron op Internet.
Linux:
De gratis versie van Unix. Linux wordt gratis ontwikkeld door Linus Torvalds en anderen. Dit besturingssysteem draait op een PC en wordt door een groeiend aantal enthousiastelingen gebruikt, met name omdat men ermee Internet kan simuleren/opzetten.
Meta-informatie:
Informatie over informatie, over een document zoals bijvoorbeeld een titelbeschrijving
MIME:
Multipurpose Internet Mail Extensions. Via MIME blijft de oorspronkelijke bestandsindeling van een aangehecht bestand gehandhaafd bij het versturen ervan.
Mirror (site):
Een web site die een copie is van de hoofd site. Sommige web sites worden zoveel bezocht dat er verschillende kopies in andere landen geplaatst worden. Het voordeel hiervan is dat de bereikbaarheid van de hoofd site vergroot wordt en bovendien vermindert het netwerk verkeer op Internet, omdat gebruikers bestanden ophalen die dichterbij staan.
Modem:
Een apparaat (of een insteekkaart) die digitale signalen van een computer om kan zetten in analoge signalen die over een telefoonlijn verzonden kunnen worden en omgekeerd. Modem is een afkorting van MODulator/DEModulator.
Moderator:
Een persoon die niet relevante of ongepaste berichten naar een mailinglist of nieuwsgroep verwijdert.
Nameserving:
een vertaling geven van domeinnaam naar IP adres (en omgekeerd) aan client machines die hierom verzoeken. Indien er nameserving plaatsvindt voor een domein, kunnen Internet gebruikers informatie bronnen via het domein aanspreken. Als er geen nameserving plaatsvindt kan dit alleen via het IP adres.
Netiquette:
Een serie gedragsregels die op Internet gelden.
Netwerk:
twee of meer computer aan elkaar verbonden, zodanig dat ze informatie kunnen uitwisselen.
Newbie:
(newb, noob, nub, nib of n00b) Iemand die nieuw is op Internet. De term is enigsinds negatief. Newbies dienen te leren hoe ze met de verschillende aspecten van Internet om moeten gaan, zodat ze zo weinig mogelijk last veroorzaken.
Newsgroup:
(nieuwsgroep) een verzameling berichten die via Internet wordt doorgegeven en waaraan iedereen kan deelnemen. Een nieuwsgroep is echter ook de groep Internet gebruikers die een nieuwsgroep lezen en er berichten naar toe zenden, deze leden hebben een gemeenschapsgevoel. Nieuwsgroepen brijkt men met een speciaal programma hiervoor: een newsreader.
Offline:
Zonder dat de telefoonverbinding open staat, bijvoorbeeld het off line schrijven van een e-mail (en deze pas later versturen, zodra de online verbinding weer hersteld is bv. om telefoonkosten te besparen)
Online:
(on-line) het contact hebben via een telefoon of vaste verbinding met Internet, een BBS of een andere elektronische informatie dienst. Het tegenovergestelde is offline.
Operating system:
(OS, besturingssysteem) een programma dat een computer laat draaien, het gaat om met de hardware zodat andere programma's dat niet hoeven te doen. Toepassingen (applicaties) maken gebruik van de fundamentele routines van het besturingssysteem. Voorbeelden zijn DOS, Unix en Windows 95.
Pageview:
(page transfer) het zien door de bezoeker van een web pagina.
PDF:
Portable document format. Een soort van standaard voor precieze weergave van een bestand, te lezen met bijvoorbeeld Acrobat reader online.
Pixel:
(picture element) de kleinste eenheid van een (bitmap) afbeelding. Een pixel is een "puntje". Een pixel kan maar één kleur hebben.
Plug-in:
Een plugin is een aanvullende applicatie binnen een programma voor extra opties.
Plug and Play:
(PnP, Plug and Pray) een faciliteit geïntroduceerd door Microsoft waardoor nieuwe hardware na installatie meteen herkend en in gebruik genomen wordt door Windows 95. Het onderdeel moet dan wel PnP ondersteunen.
PNG:
(Portable Network Graphics) een grafisch bestandsformaat dat de opvolger wordt van gif. PNG (in het Engels spreekt men het uit als ping) is niet alleen beter omdat het meer compressie toe staat en omdat PNG software licentie vrij is. Het is beter nog geen PNG te gebruiken op web sites, omdat de meeste browsers nog geen PNG plaatjes kunnen laten zien.
POP server:
(Post Office Protocol server) een programma dat email kan ontvangen van Internet en het kan bewaren totdat de gebruiker zijn/haar email komt ophalen. Voor het ophalen is de POP gebruikersnaam en wachtwoord nodig. POP3 is een versie van deze server die momenteel veel gebruikt wordt.
Protocol:
een verzameling regels die de manier van communiceren tussen computers vastlegt. Er bestaan vele protocollen, elk gespecialiseerd in een bepaalde toepassing.
Provider:
Een toegangsverschaffer tot Internet of een domeinnaam/website.
Resolutie:
De maat die aangeeft hoe gedetailleerd en hoe fijn een afbeelding is. De resolutie wordt uitgedrukt in pixels per inch (ppi) of dots per inch (dpi)
Rss:
Really Simple Syndication (eenvoudige gelijktijdige publicatie) RSS wordt vooral gebruikt bij weblogs, forums of nieuwssites om telkens op de hoogte te kunnen zijn van het laatste artikel/nieuws.
Roaming access:
Zwervende toegang, om vanaf iedere PC, waar dan ook toegang tot het Internet te krijgen, en ook je eigen bookmarks en instellingen
Search engine:
(zoekmachine, zoek pagina): een programma waaraan men één of meerdere zoekwoorden kan presenteren, de search engine presenteert dan pagina's waarin deze zoekwoorden voorkomen. Google en AltaVista zijn bekende search engines.
Secure server:
Een server die de mogelijk heeft informatie op een beveiligde manier te ontvangen van een browser.
Server:
Een computer(systeem) ook wel host genoemd die allerlei gegevens op Internet aanbiedt.
een computer die permanent met Internet (of een ander netwerk) verbonden is en verzoeken om bestanden die op de harde schijf van de server staan afhandelt. Een server is ook een programma dat verzoeken vanaf Internet afhandelt. Een HTTP server verwerkt verzoeken voor web pagina's, een mail server verwerkt verzoeken betreffende email, enz.
Signature:
(sig) een stuk tekst dat men automatisch aan een email bericht kan laten toevoegen door de email client. De signature geeft wat algemene informatie over verzender van het bericht.
SFX-(bestand):
Self extracting archive, zichzelfuitpakkend gecomprimeerd bestand.
SGML:
Standard Generalized Markup Language. Gestructueerd formaat voor de beschrijving van de inhoud van een document.
Shareware:
Verzamelnaam voor software die vrij verspreid en gekopieerd mag worden. Als u de software wilt blijven gebruiken is een bijdrage verplicht om de software te kunnen blijven ontwikkelen
SLIP:
(Serial Line Internet Protocol) een protocol waarmee men een TCP/IP verbinding tot stand kan brengen via een gewone analoge telefoonlijn. SLIP wordt steeds meer vervangen door PPP.
Smiley:
(emoticon) een symbool waarmee een emotie tot uitdrukking gebracht kan worden. Internet maakt veel gebruik van tekst en hierbij is soms niet duidelijk hoe iets bedoeld is. Een smiley maakt dit duidelijk. Voorbeelden: :), :-), :-(, ;-).
SMTP:
Server Een computer die via Simple Mail Transfer Protocol uw uitgaande berichten verwerkt en doorstuurt
Spam Ongevraagd reclamemails rondsturen
Spamming:
Het versturen van ongewenste post naar een groot aantal email adressen of naar nieuwsgroepen. Dit dient niet gedaan te worden en is in sommige gevallen al verboden.
SIDN(L):
(Stichting Internet Domeinregistratie Nederland) de stichting die nl-domeinen verdeelt. nl-domeinen kunnen alleen aangevraagd worden via Nederlandse providers die lid zijn van deze stichting en niet rechtstreeks bij de stichting.
Style sheet:
Documenten waarin de stijlregels voor het opmaken van webpagina's zijn vastgelegd. De stijlbladen kunnen gekoppeld of opgenomen worden in een HTML-document.
Surfing:
(web surfing) het bekijken van web pagina's.
SurfNet:
Belangrijk academisch netwerk in Nederland, dat de verbinding regelt van de universiteiten op en met Internet.
T1:
Een verbinding met een capaciteit van 1,544 mega bits per seconde.
T3:
Een verbinding met een capaciteit van 44,736 mega bits per seconde.
Tag:
Een label, een aanduiding die de functie van een element aangeeft in bijvoorbeeld SGML/HTML.
TCP/IP:
(Transmission Control Protocol/Internet Protocol) het basis protocol van Internet, waar alle Internet programma's gebruik van maken.
Top level domain:
(tld, hoofd-niveau domein) zoals com, org, nl, de enzovoort.
Trojan horses:
Trojaans Paard, niet echt een virus maar een gewoon kwaadaardig programma waarvan de gebruiker denkt dat het totaal iets anders zal doen.
Uploaden:
Een bestand vanuit uw computer overbrengen naar een host-computer op afstand, andersom heet downloaden.
UMTS:
Universal Mobile Telecommunications Standard, opvolger GSM voor mobiele telefonie (en mobiel Internet)
Unix:
Een besturingssysteem dat een multi-user omgeving biedt: meerdere gebruikers kunnen tegelijkertijd op één Unix machine werken. De meeste Internet servers draaien Unix. Op deze manier kunnen de servers gelijktijdig voldoen aan vele verzoeken. Windows NT is een ander multi-user besturingssysteem dat steeds meer in opkomst is.
URL:
(Universal Resource Locator): een uitdrukking die een locatie van een resource (een informatiebron) op Internet aangeeft, ook geeft het aan hoe die informatiebron opgehaald moet worden. Een voorbeeld van een URL is http://www.netster.nl, het geeft de locatie van de home pagina van Netster weer. Een andere URL is ipv http://, ftp://, het geeft aan dat er een tekst bestand staat op de FTP server van Bond University in Australie. De URL geeft ook aan dat het bestand met behulp van het FTP protocol opgehaald dient te worden.
Username:
(gebruikersnaam): de naam die u nodig heeft (tezamen met het password) om te kunnen inloggen bij een Unix systeem. Wanneer u contact legt met de server van u Internet aanbieder moet u uw username en password opgeven.
Virtual server:
een deel van een server. Het is niet zinnig voor elk domein een aparte server neer te zetten, daarom draaien vaak vele domeinen op één enkele server van een presence provider. Het is dan net alsof het domein draait op een eigen server, een virtuele server dus.
Web consultant:
Een persoon die Internet advies geeft en web sites ontwikkelt aan de hand van specifieke (commerciële) wensen van een bedrijf of organisatie.
Webpage:
(web pagina) een pagina die beschikbaar is via Internet en bekeken kan worden met een browser. De browser haalt een HTML bestand op en veelal ook grafische bestanden van een server en presenteert deze bestanden in de vorm van een web pagina aan de Internet gebruiker.
Website:
(site) een "plek" op het World Wide Web, een verzameling pagina's die een onderwerp presenteert of van één organisatie is. Een web site kan uit enkele web pagina's bestaan, maar ook uit enkele duizenden pagina's.
Webhosting:
het ter beschikking stellen van computerruimte aan de klant om zijn website daarop te plaatsen
Weblocatie:
Plaats op WWW waar een persoon of organisatie informatie op heeft gezet, de locatie bestaat meestal uit een hoofd pagina gevolgd door uitgebreidere pagina's.
Windows:
Een grafisch gebruikers omgeving welke draait bovenop het besturingssysteem DOS. Windows neemt een aantal taken van applicaties over en standaardiseert daardoor. Applicaties draaien allemaal in vensters, vandaar de naam "Windows".
Wizard tovenaar:
interactief hulpprogramma. Veel gebruikt zij de installatie-wizards, die u helpen bij het installeren van nieuwe software door een vraag- en antwoord dialoog met u aan te gaan.
Word-spamming:
Het herhaald opnemen van hetzelfde woord in de meta-informatie van een webpagina, in de hoop dat deze dan bij een zoekactie in een zoekmachine hoog scoort in de relevance ranking en dus bovenaan het lijstje gevonden sites komt.
WWW:
World Wide Web, wereldwijde virtuele ruimte, netwerk van computers die gebruikmaken van hetzelfde netwerk protocol (http gebaseerd op TCP/IP) en eenzelfde opmaak van informatie(html)
W3cWorld Wide Web Consortium
Een organisatie die de voor het World Wide Web ontwerpt, zoals HTML, XHTML, XML en CSS. Het wordt geleid door Tim Berners-Lee, de originele bedenker van het HTTP protocol en HTML, waar het Web oorspronkelijk en nog steeds grotendeels op gebaseerd is. De organisatie is in 1994 opgericht.
XML:
Extensible Markup Language, aangepaste vorm van SGML.
|